HISTORIE
laatst gewijzigd: 26 mei 2006


Vernieuwde Volkswijk
'De geschiedenis van de Leeuwarder Vegelinbuurt'
auteur: Meindert Schroor. Klik hier om het boek te openen.


NB: Onderstaande tekst is afkomstig van http://www.keicentrum.nl en geeft een goed beeld van de historie van onze wijk en de ontwikkelingen van de laatste jaren.

Wijkbeschrijving
De volksbuurt de Vegelin is gebouwd in 1910 en dankt haar naam aan ene Pieter Benjamin Johan Vegilin van Claerbergen die zich in de 19de eeuw in dit gebied vestigde. De buurt is onderdeel van het grotere gebied Achter de Hoven (2.278 inwoners) en ligt op korte afstand van het stadscentrum van Leeuwarden.

Achter de Hoven bestaat uit 1.061 woningen en telt circa 2.250 inwoners, waarvan het overgrote deel van autochtone afkomst (82%). De voorraad is met driekwart kleine eengezinswoningen eenzijdig en verkeert in een slechte bouwkundige staat. Het merendeel van de woningvoorraad bestaat uit koopwoningen (66%).

Met uitzondering van een industrieterrein is de Vegelinbuurt het meest westelijke gedeelte van Achter de Hoven. Het stratenpatroon is vrij eenvoudig met twee hoofdassen (de Ypeijstraat en de Vegelinstraat). Haaks op en tussen deze straten liggen een achttal dwarsstraten. De huidige buurtopzet in stroken van negentien meter met daaraan rug aan rug geplaatste arbeiderswoningen langs dwarsstraatjes, maakt het geheel tot een opvallend complex van zeer dicht op elkaar staande kleine wooneenheden aan nauwe doorgangen. In deze doorgangen is (gedeeltelijk) alleen langzaam verkeer mogelijk. Door deze opzet is een naar binnen gericht karakter ontstaan.
Het kleinschalige karakter heeft meerdere nadelen. Zo is door de geringe afstanden tussen de woningen het creĂ«ren van privacy moeilijk. Daarnaast maakt het kleinschalige stratenpatroon de buurt tot een ondoorzichtig geheel, waardoor een gevoel van sociale onveiligheid kan ontstaan. Dit gevoel wordt versterkt door de achteraf gelegen openbare gebieden waarop toezicht vanuit de woning moeilijk is. Ook zorgt de opzet voor een tekort aan parkeerruimte.

Achter de Hoven wordt in het noorden begrensd door de spoorverbinding van Leeuwarden-Groningen en in het zuiden door het water van de Potmarge. De Potmarge - eenn van de oudste middeleeuwse waterlopen van Friesland, een uniek natuurgebied en een rijksmonument - komt als een groene ader vanuit het buitengebied de stad in. De waterspeelplaats die in 2004 aan de Potmarge is geopend, is vanwege de kindvriendelijkheid bekroond door het netwerk Child Friendly Cities. Hier vinden de kinderen van Achter de Hoven/Vegelin een uitstekende speelplek.



Voorgeschiedenis van de vernieuwingsoperatie

De vernieuwing van Achter de Hoven/Vegelin heeft een lange voorgeschiedenis. Reeds in de eerste helft van de jaren zeventig onstonden ideeĂ«n over verbetering van de woningen. 
In 1977 startte de gemeentelijke plannenmakerij. Men stelde zich ten doel de wijk voor een periode van minimaal 25 jaar te rehabiliteren. Hoewel de gemeente Leeuwarden inmiddels op het spoor van rehabiliteren zat, vond zij zowel rijk als provincie op haar weg. Beide overheden hadden bedenkingen ten aanzien van het instandhouden van de Vegelin in zijn toenmalige vorm. Een andere tegenvaller was de lange voorbereidingstijd die het rijk nodig had voor de wet op de Stads- en Dorpsvernieuwing. Dit viel moeilijk te rijmen met de problematiek van de oude wijken in de (middel)grote steden, die weinig uitstel kon verdragen. In 1979 kon de Vegelin gebruik maken van een overbruggingsregeling in het kader van stadsvernieuwing (Interim-saldoregeling, ISR). In Achter de Hoven zijn in de jaren tachtig enkele ISR-plannen uitgevoerd: een school verdween en woonerven werden aangelegd, merendeels uitgevoerd in de vorm van verkeersremmende en - afleidende maatregelen, maar ook via het verbreden van straten. De ISR stond echter met name in het teken van de omgevingsverbetering, woningverbetering was slechts een beperkt onderdeel van de regeling.

De bovengenoemde ontwikkelingen hadden tot gevolg dat de hele planvorming en uitvoering met betrekking tot de woningverbetering in Vegelin met ingang van de jaren tachtig tot stilstand kwam. Tegelijkertijd kreeg de stadsvernieuwing te maken met bezuinigingen, die uiteindelijk tot in de jaren negentig zouden duren.

De bevolkingssamenstelling van de wijk veranderde in de jaren tachtig en negentig wel. Een meer mobiele bevolking vestigde zich in de buurt, waaronder veel studenten. Vooral de huisjesmelkers namen het niet zo nauw met het aantrekken van nieuwe huurders. Mede hierdoor raakte de buurt in een neerwaartse spiraal. Leegstand, slechte bouwtechnische staat van de woningen, geluidsoverlast en toenemende drugs- en criminaliteitsproblemen maakten de buurt een van de slechtste van Leeuwarden. De motivatie om iets aan de woningen en omgeving te doen belandde midden jaren negentig op een dieptepunt.

Eind jaren negentig kwam de discussie over sloop van de woningen weer op gang. Circa honderd bewoners tekenden een petitie tot een gehele of gedeeltelijke sloop van de buurt. In dezelfde periode drong de bewonerswerkgroep Vegelin bij de gemeente juist aan op een scherpere controle op het onderhoud en verhuur van de woningen. Volgens Johannes Borger van de werkgroep zou het 'hartstikke jammer zijn om zo'n mooie buurt te slopen.' De gemeente, die zelf de buurt ging observeren, kwam uiteindelijk tot de conclusie dat sloop onafwendbaar was en stelde een plan van aanpak voor de vernieuwing van de wijk op:

Doelstelling
In de Vegelin zijn veel van de problemen in het licht van de kleinschalige en compacte stedenbouwkundige opzet geplaatst. Een vernieuwde structuur wordt daarom nodig geacht om het transformatieproces van de buurt te begeleiden. De openbare ruimte moet de identiteit en complexiteit van de buurt tot uitdrukking brengen. Het stedenbouwkundig plan impliceert een schaalsprong, waarbij de kleinschalige opzet wordt verlaten. Het motto hierbij is 'licht, lucht en ruimte'.

Doelstellingen voor de Vegelin zijn:
- creeren van een nieuwe stedenbouwkundige structuur met meer openheid;
- behouden van het karakteristieke beeld van de woningbouw;
- aanbrengen van differentiatie in de woningvoorraad;
- behouden van relatief goedkope woningvoorraad;
- versterken van de sociale controle en veiligheid;
- actief tegengaan van verloedering en verpaupering.

Aanpak
Fysiek
In de aanpak vormt, zoals genoemd, de openbare ruimte het strategische instrument, waarmee een verbinding tussen de bewoners en tussen de buurt en zijn omgeving wordt gecreeerd. Een helder onderscheid tussen openbaar en privĂ©-gebied, gesloten bouwblokken en een zorgvuldige inrichting van de straten zullen deze helderheid moeten verschaffen, alsook de wijk een eigen identiteit en samenhang geven. Op initiatief van enkele bewoners is de verkeerssituatie in de Verstolkstraat drastisch gewijzigd. De verkeersremmende obstakels zijn verwijderd en de toegankelijkheid is verbeterd. 

 

Om deze nieuwe structuur tot stand te brengen verdwijnt de meerderheid van de acht dwarsstraten met de kleine arbeiderswoningen. De sloop van de 160 woningen startte in 2003 en hebben plaatsgemaakt voor 110 goedkope nieuwbouwwoningen. De laatste woningen zijn begin 2006 opgeleverd. Hiervoor zijn de eigenaren door de gemeente Leeuwarden uitgekocht. Vrijwel alle nieuwe woningen krijgen voortuinen van zo'n tweeĂ«nhalve meter diep, waarmee de oorspronkelijke intieme sfeer voor een belangrijk deel blijft gehandhaafd. Grote ramen op de begane grond, die bijna doorlopen tot aan de vloer maken goed contact mogelijk met de tuin en de straat. In tegenstelling tot de oude situatie, is er in de nieuwe opzet meer privacy door de aanleg van achtertuinen, terrassen of dakterrassen. De architecten proberen het nostalgische karakter van de volksbuurt te behouden door gebruik te maken van traditionele materialen als verwijzing naar het verleden.

De nieuwbouwwoningen zijn uitgerust met energiezuinige waterpompen, betere ventilatie, standaard vloerverwarming en warmteterugwinning uit douchewater. De Vegelin is het eerste nieuwbouwproject in het noorden van Nederland waarin op relatief grote schaal dit type woningen worden gebouwd. De energieprestatie van de woningen is daardoor 40% beter.
Een bijzonderheid bij deze nieuwbouw is dat de woningen 'Te Woon' worden aangeboden, wat wil zeggen dat de toekomstige bewoners zelf kunnen kiezen of ze de woningen willen huren of kopen.

Vanwege het hoge percentage particulier bezit (66%) wordt een belangrijk onderdeel van de fysieke aanpak gevormd door een particulier woningverbeteringprogramma. Voor de bewoners is er een subsidieregeling particuliere woningverbetering getroffen. In de eerste fase van dit project, dat september 2003 startte, kregen huiseigenaren de mogelijkheid om gratis een verbeterplan te laten maken voor hun woning. Voor 110 woningen zijn uiteindelijk met de bewoners verbeterplannen opgesteld, waarvoor vervolgens subsidie-aanvragen zijn ingediend. In februari 2005 is besloten een tweede programmafase te starten met in totaal 117 woningen. Bewoners kunnen zonodig informatie krijgen van het begeleidingsteam particuliere woningverbetering. Dit team helpt ook bij het aanvragen van subsidie en begeleidt bij de uitvoering. Corporatie Holding Friesland (CHF) maakt eveneens gebruik van deze regeling. In het gebied rond de nieuwbouw heeft de corporatie vijftien woningen aangekocht om ze vervolgens, met behulp van gemeentesubsidie, op te knappen en te huur aan te bieden.

De samenwerking tussen de gemeente en CHF komt ook tot uiting in een nieuw te realiseren appartementencomplex voor senioren. Het complex telt 55 woningen, zowel huur als koop en zal ook onderdak bieden aan gehandicapten. Tot slot gaat CHF aan de rand van de wijk 150 portiekflats opknappen en is een woonwagenlocatie aangelegd.

Sociaal
Ook op sociaal vlak zijn verschillende initiatieven genomen. Zo is de illegale kamerverhuur radicaal aangepakt. In 2003 is gestart met een oproep om illegale kamerverhuur te melden. Vervolgens heeft de gemeente verschillende inspecties gehouden en eigenaars in een aantal gevallen gesommeerd om de woningen in oude staat, dus geschikt voor één huishouden, terug te brengen.

Vanuit een centraal in de wijk gevestigde wijkpost ondersteunen stadswachten de politie. Zij surveilleren door het gebied en zijn extra alert op beheerstaken. Daarnaast houdt het begeleidingsteam particuliere woningverbetering spreekuur in de wijkpost.

Aanvullend op deze maatregelen loopt sinds 2003 het Sociaal Programma Achter de Hoven. De gemeenteraad wil met dit project de sociale netwerken versterken en het wijkimago verbeteren. Voor het project is ruim E 450.000 uitgetrokken. De organisatie ligt in handen van Stichting Wijkwerk Leeuwarden (SWL), die samenwerkt met meerdere organisaties: Parnas, Stichting Palet, Bureau Oosterhof en Wijnsma, Stichting Hulp en Welzijn, Manus Brandinstichting, GGD en Politie Midden-Friesland. In samenspraak met de wijkbewoners zijn ondermeer de volgende projecten en activiteiten ontwikkeld:
- Politieproject 'Loop niet mee': kinderen leren zelf keuzes te maken en niet mee te lopen.
- 'DOE-project': huisbezoeken aan alle 55-plussers.
- 'Groeien in het groen': educatieve activiteiten over natuur en milieu voor kinderen van de buurtschool.
- Project 'Draadloos internetten': inzet van uitleencomputers en internet voor huishoudens in de lagere inkomenscategorie.
Het sociale programma loopt tot eind 2006, waarna het geëvalueerd zal worden.

Tenslotte is de openbare basisschool Potmarge in het najaar van 2004 omgevormd tot een 'buurtschool'. Dit betekent dat de school, meer dan voorheen het geval was, een vast onderdeel van de wijk vormt. De buurtschool zal voor meer mensen en verenigingen openstaan. Ook zal er nauwer worden samengewerkt met andere instellingen en verenigingen in de wijk. Zo organiseert de wijkvereniging samen met de buurtschool diverse kunst- en cultuurprojecten.

Organisatie:
Bij de stedelijke vernieuwingsopgave in Achter de Hoven/Vegelin is gekozen voor een samenwerking met CHF, die voor eigen rekening en risico een deel van de taken van de gemeente heeft overgenomen. CHF levert en regelt in deze rol de sloop, het bouwrijp maken, de nieuwbouw en de verkoop of verhuur van de nieuwe woningen, maar ook de infrastructuuraanpak. De beleidsmatige verantwoordelijkheid blijft bij de gemeente, die verantwoordelijk is voor het kopen en onteigenen van de koopwoningen, de ondersteuning van bewoners en de begeleiding van de particuliere woningverbetering.

Financiering
De gemeente Leeuwarden heeft in totaal E 18 miljoen uitgetrokken, voor onder andere het aankopen van de panden, welke vervolgens door CHF worden beheerd. Daarnaast stelt de gemeente E 2 miljoen beschikbaar voor het particuliere woningverbeteringprogramma. De subsidieregeling particuliere woningverbetering houdt in dat de gemeente in de helft van de kosten van de woningverbetering voorziet. De gemeente, en ook de provincie Friesland, stellen voor de realisering van de energiezuinige warmtepompen in de nieuwbouwwoningen een subsidie beschikbaar.
Tot slot heeft de gemeente voor het sociale programma in totaal E 450.000 uitgetrokken voor de looptijd van drie jaar.

Leerpunten / Resultaten
In de jaren 2000-2002 voerde de gemeente een duidelijke regierol. In het boek 'Vernieuwde Volkswijk, de geschiedenis van de Leeuwarder Vegelinbuurt' (2004) stelt de auteur Meindert Schroor dat dit niet altijd op eenduidige wijze gebeurde, wat mede werd veroorzaakt door het meerdere malen vervangen van de gemeentelijke projectleider. Daarnaast stelt hij dat er 'tegenstrijdige geluiden uit de gemeenteraad kwamen, waarbij niet aan de indruk kan worden ontkomen dat er een soort 'paniekvoetbal' werd gespeeld.' De schijnbaar ongestructureerde aankoop van panden door de gemeente was daar een voorbeeld van. Dit leidde onbedoeld tot grote tekorten, waarna de projectleiding is overgegaan naar de corporatie.

Het lijkt een succesverhaal, maar dat kon pas worden geschreven na een lange geschiedenis van mislukte plannen, die teruggaat tot in de jaren zestig. In een interview met Cobouw geeft wethouder Roel Sluiter uitleg over het huidige succes. "EĂ©n ding heeft enorm geholpen: een goed contact met de bewoners. Dat klinkt als een politiek correct verhaal, maar het proces is vooral hierdoor soepel verlopen. Een heel verschil met eerdere plannen, waarvoor geen draagvlak bestond." Eerdere sloopplannen leidden al in de jaren zeventig tot fel verzet. "Destijds waren de geesten er niet rijp voor", blikt Sluiter terug. "De problemen in de volkswijk waren toen ook nog niet zo groot. Het was een gezellige buurt, waarin ook veel studenten woonden, herkenbaar aan de citroengeraniums voor de ramen." Verloedering in combinatie met de bouwkundige veroudering liet de gemeente uiteindelijk geen keuze om toch tot sloop over te gaan, stelt de wethouder. Sluiter: "Vooral vanaf de tweede helft van de jaren negentig ging het hard. Dat heeft ertoe geleid dat de omwonenden begonnen te zien dat het zo niet langer kon. De steun die in de wijk ontstond voor een forse ingreep, heeft ook het politieke proces vergemakkelijkt; alle neuzen kwamen een kant op te staan. Misschien was het beter geweest tien jaar eerder wat te doen. Dan had je meer mensen in de wijk kunnen houden." Het allerlaatste plan dat het niet heeft gehaald, sneefde in 2002 op een enorm tekort op de grondexploitatie. "Dat was een dieptepunt in het proces. Ik was toen net wethouder en wist weinig van het onderwerp, maar zag wel dat de aanpak niet werkte. Niet alleen financieel zat het verkeerd, de plannen waren ook niet duidelijk en werden niet gedragen door de bewoners van de wijk." Het debacle had volgens hem uiteindelijk een louterend effect: iedereen zag nu dat er iets moest veranderen. Er werd een plan ontwikkeld voor de Vegelin-buurt met aantrekkelijke nieuwe koopwoningen. Deze zijn met E 130.000 niet duur maar trekken toch een nieuw, ander publiek, waardoor de wijk opknapt. De woningen zijn overigens 'te woon' aangeboden, met een vrije keus tussen koop of huur (voor E 575 per maand) maar in bijna alle gevallen, op een drietal na, draaide dat uit op koop. Sluiter noemt als succesfactoren zowel het draagvlak voor het plan in de buurt – van de problemen met criminaliteit en overlast wilden de mensen graag af – als de goede begeleiding voor de vertrekkende bewoners. Voorkomen moest worden dat de verhuizing tot een nieuwe concentratie moeilijke bewoners in een andere buurt zou leiden. "De probleemgevallen hebben we verspreid over de stad, maar niet zomaar. Ze hebben allemaal hun pakketje sociale begeleiding meegekregen".

Met betrekking tot de particuliere woningverbetering zien Hans Vierstra en Michiel de Boer, projectleiders bij de gemeente, een aantal leerpunten: 
"Een goede voorlichting is erg belangrijk. In het begin viel het animo onder de huizenbezitters namelijk enigszins tegen. Dit leverde tegelijkertijd wel budgettaire ruimte op. Daarnaast bleek dat bewoners uit de aanliggende straten wilden meedoen. Wij hebben toen het gebied voor deelname uitgebreid en de termijnen waarbinnen subsidies konden worden aangevraagd verlengd. Toen eenmaal een aantal eigenaren mee gingen doen in het traject, raakten steeds meer huizenbezitters geĂŻnteresseerd. Ook gaf de nieuwbouw en de algehele verbetering van de wijk een impuls om in de eigen woning te gaan investeren. Het begeleidingsteam voor het renovatietraject, een onafhankelijke partij, is door de bewoners en de gemeente als zeer positief ervaren. Deze 'afstand' gaf de huiseigenaren vertrouwen. Het is van belang dat er geen losse eindjes zitten in het verhaal. Dit moet bij aanvang al afgekaart zijn. En At last, but not least is de keuze voor vrijwilligheid dan wel verplichting voor deelname aan het woningverbeteringstraject.

De stedelijke vernieuwing is volgens de betrokken partijen (bijna) afgerond. Maar zijn de genoemde doelstellingen ook gehaald? Tijdens de KEI-on-the-road stond deze vraag ter discussie. De recensenten concludeerden:

  • een uniek voorbeeld van particuliere woningverbetering
  • gedurfde ingrepen in de woningvoorraad die een verpletterende indruk maken
  • veel nieuwe bewoners
  • en tegelijkertijd details in de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte die discussie oproepen (verworden de binnenterreinen tot het decor van de West Side Story?)

In het verslag (Word-document) meer meningen van recensenten Herman Vuijsje en Rein Geurtsen over onder andere inspraakarchitectuur, pseudo-collectivisme en het belang van een mooie voordeur.